Een artikel voor de decembereditie 2010 van Impulse, de Client Newsletter van Ernst & Young België. Opinieleiders evalueren hierin de toestand van het ondernemerschap in Vlaanderen. Omdat niet iedereen zich op hetzelfde moment kon vrijmaken, leveren twee deelnemers commentaren in aparte kaderstukjes
De foto's bij het interview zijn van Marco Mertens.

Aan tafel met

Echte ondernemers verlaten
de comfortzone

Op de 16de editie van de ‘Onderneming van het Jaar’ ging de award naar de Vlaamse chemiegroep Taminco. De jury koos voor deze producent van alkylamines en afgeleide producten wegens de grote aandacht die hij besteedt aan duurzame groei, Corporate Social Responsibility en internationale expansie. Naar aanleiding van de award wisselde Ernst & Young met een aantal opinieleiders van gedachten over de toestand van het ondernemerschap in Vlaanderen. Aan het woord zijn: Pol Vanderhaeghen, chairman of the board van Taminco, Rudy Thomaes, CEO van het VBO, Luc De Bruyckere, voorzitter van Voka en Karel Van Eetvelt, gedelegeerd bestuurder van Unizo en Rudi Braes, Vennoot en Markets Leader bij Ernst & Young.

Hebben wij het té goed?

Voor Luc De Bruyckere, voorzitter van Voka, is het duidelijk: ‘Ondanks de crisis hebben wij het nog altijd goed. 28% van de Vlamingen is voor zijn inkomen afhankelijk van de staat. Ik heb het dan over ambtenarenlonen en vervangingsinkomens. Dat is beduidend meer dan het Europese gemiddelde. Onze overheid heeft stevige netten gespannen die veel problemen opvangen door tewerkstelling te creëren en inkomsten te garanderen. Maar het gaat fout wanneer die netten problemen in de hand werken. En dat dreigt nu wel te gebeuren. Onze hele samenleving leeft veilig in de comfortzone en lijkt over het hoofd te zien dat het de ondernemingen zijn die al dat comfort mogelijk maken.´
Op de vraag wat er moet gebeuren, antwoordt Luc De Bruyckere dat er vele recepten zijn die best allemaal tegelijk worden toegepast. ´Het onderwijs kan niet goed meer om met jongeren die buiten de lijntjes kleuren. Dat wordt te snel gezien als probleemgedrag, terwijl het kan wijzen op creativiteit en zelfs op ontluikend leiderschap. Het onderwijs moet jongeren weer leren om te gaan met onzekerheid en risico. Wij zullen dus moeten werken op de attitudes in onze scholen en gezinnen.´
´Ik denk ook dat de Vlaamse overheid een onvoldoende coherent beleid voert met betrekking tot het ondernemerschap. Wat loonkosten, energieprijzen, vergunningen en fiscaliteit betreft, ligt er nog heel veel werk op de plank. Het belangrijkste is wel dat iedereen – ook de overheid – de moed heeft de comfortzone te verlaten.’

De Global Entrepreneurship Monitor (GEM), uitgegeven door een internationaal onderzoeksconsortium, laat er geen twijfel over bestaan: in de lijst van landen met het grootste aantal ondernemers staan Vlaanderen en Wallonië respectievelijk op de voorlaatste en laatste plaats. Hoe komt het dat er zo weinig ondernemerszin is in Vlaanderen?

Risicoaversie en het Boma-effect

‘Het begint al in de gezinnen,’ zegt Rudy Thomaes. ‘Ouders reageren niet zo enthousiast als één van hun kinderen een bedrijf wil beginnen. Zo vertellen de notarissen ons dat de Belgische ouders in 2007 hun kinderen circa 500 miljoen euro toeschoven voor de aankoop van vastgoed. Als jongeren bij hun familie aankloppen voor financiële hulp bij een relatief risicoloze investering, gaat de portemonnee van de babyboomers dus vrij vlot open. Maar wat als het geld moet dienen voor het opstarten van een onderneming? Dan blijft de vinger stevig op de knip. Dat is de cultuur waarin wij leven.’

Zou er in onze samenleving nog wel een Bill Gates kunnen opstaan? Rudy Thomaes kaatst de vraag terug. ‘Verdraagt het publiek nog dat een ondernemer op een mooie dag de vruchten plukt van zijn jarenlange inspanningen en van de risico’s die hij nam? Ik heb sterk de indruk dat onze maatschappij helemaal niet zo tolerant meer is voor succesvolle ondernemers. Bovendien zijn veel jonge mensen opgegroeid met een heel negatief beeld van de ondernemer. Ik noem dat het Boma-effect: ondernemers worden meteen gezien als bedriegers, net als Boma, het foute rolmodel uit FC De Kampioenen.’

Positief tegenover immigratie

Er spelen natuurlijk ook demografische factoren. Vlaanderen vergrijst en ondernemerschap komt meer voor in een jonge populatie. ‘Dat is een bijkomende handicap,’ knikt Rudy Thomaes. ‘In Vlaanderen zullen we daarom meer ondernemerstalent en -brains moeten gaan aantrekken uit het buitenland. Canada heeft dat ook decennialang gedaan. In dit land moeten wij op een positieve strategische manier tegen immigratie gaan aankijken. Bij het VBO hebben wij meegewerkt aan de samenstelling van een catalogus van alle Engelstalige opleidingen die in ons land worden gegeven. Dat was nog nooit eerder gebeurd. Logisch dus dat de beste internationale talenten ons land vaak links laten liggen. Zij weten onvoldoende wat onze universiteiten, business schools en onderzoekscentra te bieden hebben. Waarom pakken wij bijvoorbeeld niet meer uit met het tropisch instituut in Antwerpen? In de hele wereld zijn er geen 10 centra die dezelfde competenties in huis hebben.’

Pol Vanderhaeghen en Rudy Thomaes zijn het erover eens dat de Vlaamse bedrijfswereld alleen maar te winnen heeft bij het aantrekken van buitenlands talent. ‘De beste ambassadeurs voor Vlaanderen zijn de buitenlandse jongeren die hier hebben gestudeerd,’ meent Rudy Thomaes. ‘Landen als de UK, Duitsland, de VS en Singapore hanteren deze strategie al vele jaren met groot succes. Overal ter wereld zetten zij echte verkooppunten op voor hun onderwijsaanbod’.

Geen tekort aan ondernemerszin!

‘Er is helemaal geen tekort aan ondernemerszin,’ provoceert Karel Van Eetvelt, gedelegeerd bestuurder van Unizo. ‘Zeker niet bij de jongeren. Maar de ondernemerszin wordt vandaag sterk beknot door regelneverij en bureaucratie. Ondernemers hebben ook de perceptie tegen. En wie heeft vandaag nog de moed om het beschermde werknemersstatuut in te ruilen voor het veel riskantere zelfstandige ondernemersstatuut?’
‘In landen waar de sociale bescherming klein is of onbestaande, is er aan ondernemers geen gebrek, maar dat is natuurlijk ook geen oplossing. Als je de sociale zekerheid opdoekt, krijg je niet alleen veel ondernemers, maar ook heel veel mislukkingen. Neen, wij moeten de Belgische sociale zekerheid niet afschaffen maar wel verkleinen. Vandaag zijn er teveel mensen die zich letterlijk in die zekerheid wentelen.’
Op de vraag wat ondernemers kunnen doen om het ondernemerschap aan te moedigen, antwoordt Karel Van Eetvelt dat ze gewoon moeten blijven ondernemen. ‘Ze moeten ook blijven innoveren en actief worden in de sectoren van de economie die een duurzame toekomst garanderen. Tegelijk moet de overheid de ondernemers meer aanmoedigen en niet afremmen met eindeloze inspecties en een ondoorzichtig vergunningsbeleid. Weet je, administratie komt van het Latijnse “administrare” wat zoveel betekent als verzorgen en helpen. Dat zou je niet zeggen als de overheidsdiensten aan het werk ziet. Volgens Darwin zijn het niet de sterksten die zullen overleven, maar wel zij die zich het vlotste zullen aanpassen. Dat geldt in de eerste plaats voor de ondernemers, maar ook voor de overheid en de hele maatschappij. Zeker vandaag.’

Weg uit de comfortzone

‘In dit land staren wij ons blind op onze verworvenheden en laten wij vaak na nieuwe initiatieven te nemen en naar buiten te treden,’ vat Pol Vanderhaeghen samen. ‘Ook veel ondernemers komen nauwelijks nog uit hun comfortzone. Hoewel zij voldoende troeven in handen hebben om het buiten de landgrenzen waar te maken, nemen zij genoegen met het succes in eigen land.’

‘En als ze een succesvol zijn, worden zij snel verkocht aan buitenlandse groepen,’ vervolledigt Rudy Thomaes.

‘Dat klopt,’ antwoordt Pol Vanderhaeghen. ‘Neem nu Taminco. Wij waren een succesvolle afdeling van UCB die internationaal te koop werd gesteld. Ik was toen 56 jaar en kon dus rustig blijven uitzien naar de dag waarop ik mijn groepsverzekering zou opstrijken. Ik zat in de comfortzone. Maar ik werd aangestoken door de gedrevenheid van de mensen om mij heen. Zij maakten de ondernemer in mij wakker. Samen organiseerden wij een management buy-out en in vijf jaar tijd veranderden wij dit bedrijf in een internationale groep die tot in China opereert.’
‘Misschien moeten niet alleen de jongeren hun comfortzone verlaten,’ merkt Pol Vanderhaeghen op. ‘In Vlaanderen bevindt zich nog heel wat ondernemerspotentieel onder de 50-plussers. Op die leeftijd hebben mensen veel relevante ervaringen en staan zij financieel minder onder druk. Vaak zien zij ook beter het belang in van een internationale oriëntatie. Ervaring behoedt je bovendien tegen overmoed, ongeduld en zorgt ervoor dat je ook realistischer omspringt met kapitaal.’

Durft de regering het risico aan?

Wat moet er concreet gebeuren om dit klimaat om te gooien en de ondernemingszin aan te wakkeren? Rudy Thomaes heeft direct een antwoord klaar. ‘In de eerste plaats moeten wij ervoor zorgen dat ideeën en talenten veel vlotter doorstromen naar het bedrijfsleven. Vervolgens moeten wij er op toezien dat onze bedrijven sneller internationaal aan de slag gaan. Ze moeten de risico’s niet uit de weg gaan maar leren beheersen.’

En dan pakt Rudy Thomaes uit met een boodschap voor de politici die de nieuwe regering moeten vormen. ‘Ik denk dat die nieuwe regering ondernemersvriendelijk zal moeten saneren,’ poneert hij. ’33,99% van de winst die een ondernemer maakt, gaat naar de fiscaliteit. Als die ondernemer een dividend uitkeert, betaalt hij 25% belastingen. De rente op een risicoloze obligatielening wordt maar 15% belast. Dit weerspiegelt perfect hoe afwijzend onze maatschappij staat tegenover risico. In het kader van de budgettaire oefening die er nu aankomt, moet het ondernemerschap extra worden aangemoedigd, want het land heeft dat nodig. Her en der gaan er al proefballonnetjes op met de boodschap dat de inspanningen aan de inkomsten- en uitgavenzijde fiftyfifty moeten worden verdeeld, maar dat wordt de doodsteek voor het ondernemerschap. Extra inspanningen aan de inkomenskant zullen vooral de ondernemers treffen. 25% belasting op dividenden tegenover 15% op risicoloze obligaties, is dat nog ernstig? Stel dat we een uniform tarief van 20% invoeren, dan verminderen wij de belasting op de risicodragende activiteiten en geven we de staat tegelijk 550 miljoen nieuwe inkomsten. Ik begrijp wel dat de obligatie-emissies dan minder aantrekkelijk worden, maar van een nieuwe regering verwacht ik dat ze een signaal geeft dat ze het ondernemerschap wil aanmoedigen. Dat “risico” moet ze toch durven nemen?’

Ondernemen loont de moeite

‘Uiteraard sluit ik mij graag aan bij de stelling van de tafelgenoten,’ zegt Rudi Braes. ‘Wij moeten alle mogelijke maatregelen nemen om iedereen die er het talent toe heeft, effectief aan te zetten tot succesvol ondernemen. Ik denk ook dat wij meer moeten gaan kapitaliseren op indrukwekkend mooie ondernemersverhalen als dat van Taminco.’

Rudy Braes schetst het verloop van de jaarlijkse zoektocht naar de Onderneming van het Jaar”. ‘Ieder jaar opnieuw ontmoeten wij meer dan 100 ondernemers die ons keer op keer weten te verbazen met onwaarschijnlijke groeiverhalen. Hoog- en laagopgeleide ondernemers verlaten hun comfortzone om hun creativiteit en ondernemerschap vrij baan te geven. Voor hen loont “ondernemen” echt wel. Zowel financieel als creatief en sociaal. Zij creëren zeer wendbare organisaties die bruisen van talent en innovatie. Ze kijken vaak zeer snel over de landgrenzen heen om niet te stranden in de beperkte lokale markt. Zij kiezen de wereld als actieterrein. Bij Ernst & Young begeleiden wij intensief verscheidene van die mooie lokale “ruwe diamanten” die het echt zullen maken op de competitieve wereldmarkt. Pol Vanderhaeghen verwees terecht naar het succesvolle ondernemerschap van hemzelf en zijn collega’s. Zij hebben Taminco overtuigend op de wereldkaart gezet.’

Rudy Braes verwijst meteen ook naar de Onderneming van het Jaar 2009. ‘Die onderneming is evenzeer het resultaat de creativiteit van talentvolle managers die hun comfortzone verlieten om te ondernemen. Gert Verhulst en Hans Bourlon leefden in de vertrouwde omgeving van de toenmalige BRT en hadden slechts één succesnummer ontwikkeld: Samson & Gert. In 1996 startten ze Studio 100 en minder dan 15 jaar later zijn ze de trotse eigenaars van het snelst groeiende, meest creatieve en gediversifieerde mediaconcern in Europa. Ondernemen kan echt wel de moeite lonen! Dat moeten wij ook meer promoten, vind ik, want er zijn nog teveel talentrijke ondernemers die nog niet gestart zijn. Dat is niet alleen jammer voor hen maar ook voor onze maatschappij in het algemeen. Vanaf januari starten we onze zoektocht naar de “Onderneming van hat Jaar 2011.’